In het maartnummer zet het Britse blad Admap op een rijtje welke digitale trends in 2010 er nu echt toe doen. Social media zijn belangrijk, maar zijn echt niet het enige dat telt, luidt de boodschap.
1. Facebook vervangt e-mail Je hebt van die merken die zo dominant en krachtig zijn dat hun merknaam een soortnaam wordt. Google heeft het. Maar Facebook ook: ‘Ik heb je gefacebooked’, is in de Angelsaksische landen een gewone uitdrukking geworden. Het betekent dat ik je als vriend heb toegevoegd of je een bericht heb gestuurd. Niemand heeft deze communicatievorm eerder geclaimd. Geen enkel merk is ooit eerder een synoniem geworden voor e-mail. Facebook kan de persoonlijke mail vervangen, omdat het compleet permission based is. En het is spam-free en je hebt geen adresboek meer nodig – al je bekenden en vrienden zijn er immers. Is er dan nog ruimte voor marketeers? Ze moeten in ieder geval niet de conversatie onderbreken, maar kunnen die wel faciliteren of leuker en bijzonderder maken. Je moet dan wel iets overtuigends toevoegen.
2. Open source software makes money in the cloud Er is iets aan de hand in de open source software wereld. Projecten die vroeger echt het domein van programmeurs waren, worden nu toegankelijk voor de massa. Grote en kleine ideeën kunnen in beta-versie getest worden, met gelimiteerde investeringen.
3. Mobiele commercie: een belofte die nog ingevuld moet worden Convergentie was een buzzword de laatste 10 jaar. Maar mobiele commercie heeft het nog steeds niet waargemaakt. De iPhone met iTunes doet echter wel succesvolle pogingen om het spel te veranderen. Voortdurend probeert Apple updates en uitgebreidere versies te verkopen, terwijl het de drempel zo laag mogelijk houdt. Impuls-aankopen zijn mogelijk en het gemak kan nog groter worden als het platform uitgebreid wordt met PayPal en Google Checkout. Mobiel heeft ook de mogelijkheid om een betaald model te ontwikkelen via micro-payments. Als de experience goed genoeg is, betaalt de consument wel.
4. Minder registraties - one sign-in fits all Er zijn mensen die een applicatie hebben die zorgt voor het veilig vastleggen van wel 50 wachtwoorden voor tal van sites. Mensen willen steeds minder vaak registreren voor nieuwe dingen. Als ik wil reageren op een blog, waarom moet ik me dan registreren? Facebook werkt aan Facebook Connect, een app waarmee je overal kunt inloggen. Als merken open registratietoepassingen omarmen dan zal e-commerce en het bezoek aan sites enorm toenemen.
5. Disruption versus continuïteit - alternatieven voor the big idea Als sociale netwerken groeien, gaan ondernemingen investeren in community building. Deloitte heeft recent becijferd dat 94 procent van de ondernemingen al meer investeert in sociale media - en in het merendeel van de gevallen is marketing de drijvende kracht daarachter. Reclamemakers zijn steeds op zoek naar de grote ideeën, maar op deze platforms gaat het veel meer om beïnvloeding en op een meer natuurlijke manier een plek vinden in de sociale sfeer van een consument.
6. Evolutie van web-gedreven open source doe-het-zelf cultuur Er is al heel veel gezegd over de potentie van collectieve intelligentie, zoals crowd sourcing. Het gebruik van netwerken met onafhankelijke co-leveranciers kan industrieën veranderen. Aan de andere kant is de kracht van genetwerkte krachten ook beschikbaar voor individuen. Consumenten ontdekken dat het niet eerder zo eenvoudig was om dingen zelf te doen. Van collectieve kantoorruimtes tot e-shops. Ze kunnen het allemaal zelf opzetten en laten werken. Voor merkeigenaren betekent dit dat er veel meer plekken komen waar ze hun product kunnen aanbieden.
7. Info-art De groeiende stroom van data, zorgt er voor dat data-analyse een gewild fenomeen wordt. De kunst om data op een goede, overzichtelijke, heldere wijze te presenteren vraagt een speciaal talent. Infographics zorgen dat beslissingen genomen worden - of niet. Een algemeen voorbeeld is de telefoonrekening. Doorgaans een frustratie voor iedereen die hem wil begrijpen. Er moeten betere manieren zijn om gebruik en kosten helder te maken. Banken, winkels, energie en belastingen zouden er voordeel bij kunnen hebben.
8. Crowdsourcing Crowdsourcing wordt een groeiend onderdeel van outsourcing strategieën. Organisaties zullen passionista’s (consumer brand advocates) mobiliseren om boodschappen uit te dragen, maar belangrijker: om deel te nemen aan gezamenlijke activiteiten. Dit gaat van de politicus die stemmen wil winnen, tot het IT-bedrijf dat software ontwikkelt. Crowd sourcing zal in vele vormen en modellen verder groeien, geleid door een social media strategie. Merken kunnen hier niet aan de zijlijn blijven staan.
9. Meer flash op mobiele telefoons Buiten merk-, micro- en media-sites, heeft flash moeilijkheden gehad om een instrument te zijn voor serieuze sitebouw. Adobe’s rich media-tool heeft wel altijd steun gehad van de ontwikkelaars en heeft nu ook wel gezorgd voor doorzoekbare en vindbare sites. De adoptie van flash op mobiele devices zal het verlangen naar merkgedreven, conversiegeoriënteerde toepassingen enorm doen groeien. Voor bureaus betekent dat ze meer kunnen focussen op hun kracht. Om nu te kunnen reageren op elke vraag naar geïntegreerde campagnes, moeten de bureaus tal van expertises in huis hebben. Op het moment dat Adode dieper deze markt binnenkomt, neemt de ruimte om nieuwe technologie toe te passen enorm toe. En dan wordt het medium veel rijker en van nut voor marketeers.
10. Opt-in voor big brother - location based services Voor veel gebruikers was het lange tijd te veel gevraagd om te laten zien waar ze zijn. Location based services stuitten in het begin op verzet, maar we wennen er aan. Nu is er FourSquare, een simpele app, en tal van mensen gebruiken het ook om te laten zien aan hun sociale netwerk waar ze zijn. Meer en meer location based games en toepassingen zullen we zien. Het idee om altijd ‘on’ te zijn, wint aan kracht en voordeel als de groep die het gebruikt groeit. Merken kunnen dan eindelijk hun aanbiedingen doen: highly targeted en relevant. Dat laatste is wel belangrijk.
Sociale media als Hyves, YouTube, blogs, wiki’s, sociale nieuwssites en Twitter zijn niet alleen populair, ze leveren ook nog geld op. Dat blijkt in ieder geval uit een recente studie van Altimeter Group. Sociale media zijn een uitstekende manier om je doelgroepen online te bereiken en met hen de dialoog aan te gaan. Toch is het geheim van sociale media niet gemakkelijk te ontrafelen.
Het lijkt heel makkelijk om zoekwoorden in te kopen op Google, en dit is eigenlijk ook zo, helaas is het echter niet zo makkelijk om goede zoekwoorden in te kopen. Veel mensen gaan heel snel, heel veel verschillende woorden bedenken die ergens in de verte iets te maken hebben met hun product. Maar als je zoekwoorden inkoopt dan is het belangrijk dat je zoekwoorden inkopen die kwalitatief zijn. Het gaat er om dat de informatie/advertentie die je vertoont relevant is voor degene die het zoekwoord intoetst. Op het moment dat je informatie biedt waar de bezoeker mee geholpen is, dan zal hij op de advertentie klikken.
1. De naam van het product
Het is erg belangrijk dat je vindbaar bent op het moment dat iemand je (of jouw product) zoekt. Voor 'Gazelle Fietsen' zou de zoekterm die het best converteert, wel eens 'Gazelle Fietsen' kunnen zijn. Deze kopen ze echter niet in omdat ze op die zoekterm toch wel bovenaan in de Google resultaten staan. Als Batavus die zoekterm inkoopt en Gazelle blijft dit nalaten, zou er toch zomaar een stukje omzet naar de concurent kunnen verdwijnen
3. De URL van site
Behalve dat veel mensen zich vergissen en de URL (het webadres) intypen in de Google werkbalk, wordt het webadres ook heel vaak verkeerd ingetypt. Als Google de default zoekmachine is dan komen deze mensen automatisch bij Google terecht. Deze zoekterm zal niet heel erg goed scoren in vertoningen, maar de CTR zal wel behoorlijk hoog zijn. Het zou zonde zijn als je deze potentiele koper kwijtraakt.
Altijd je eigen URL (of die van je product(pagina)) inkopen! De concurent kan dit namelijk ook doen.
4. Goede omschrijving van de inhoud of product
Voor een fietsenmaker is het woord 'fiets' weliswaar relevant, maar creeert ook veel waist. 'Fietsen Amsterdam' is al kosteneffecienter, 'Fietsen Amsterdam Zuid' nog beter (als je als fietsenmaker daar zit tenminste).
5. De naam van het concurrerent of zijn product
Op het moment dat een potentiële klant op zoek is naar het product van de concurrent, dan loont het altijd de moeite om deze potentiële klant op zijn minst te confronteren met een product van je zelf. Zoekt hij melkboer Jansen die twee straten verder zit, dan is het handig om hem te wijzen op jouw eigen aanwezigheid (als je melk verkoopt tenminste).
Een zoekwoord dat niet relevant is voor je product of dienst moet je niet inkopen.
Bedenk bij ieder zoekwoord dat je inkoopt na over wat degene die het intypt daadwerkelijk zoekt. Om weer terug te komen op de fietsenmaker, de verleiding is groot om alle zoekwoorden te bedenken die met fietsen te maken hebben. Maar iemand die het woord fietstochten intypt is waarschijnlijk geinteresseerder in iemand die fietskaarten verkoopt dan in iemand die fietsen verkoopt.
7. Foute woorden
Denk bij alle zoekwoorden ook over alternatieve en foute vormen van de spelling
Dat ‘user generated content’ niet alleen een hype was en een hit is, dat blijkt keer op keer. De consument van vandaag is een zender op zich, sterker nog hij is vorig jaar uitgeroepen tot person of the year door Time Magazine. Hij, deze consument, is invloedrijker dan ooit, hij beïnvloedt de politiek, de grote bedrijven, zijn omgeving (groot of klein) en ook ons. Wij reclame- en mediamensen hebben nog nooit zovéél rekening gehouden met deze consument, in onze marketing wel, uiteraard, maar nu ook in de communicatie. De zender en de ontvanger ruilen constant van stoel. Veel adverteerders vinden dan ook dat ze ‘iets’ met user generated content moeten doen. Maar dat dit niet voor alle producten en merken even goed werkt, dat is ook iets waar we zo langzamerhand achter komen, maar wat werkt dan wel, en wat dan niet?
Bij user generated content in het algemeen gaat het er in eerste instantie om dat de gebruiker voldoende binding met het onderwerp heeft (of aanleiding krijgt) om er iets mee te doen, anders zal hij immers zijn content niet genereren. In de praktijk zijn dit zaken die mooi, lief/schattig of grappig zijn, dus dat komt neer op de beter gelukte kiekjes van exotische oorden, kinderen en/of dieren en uitglijers, of een combinatie hiervan natuurlijk. Maar het allermeest gaat het bij user generated content om zaken waar de gebruiker trots op is. Mocht je als adverteerder dus ooit het idee krijgen om iets met ugc te gaan doen, denk dan goed na of de gebruiker wel voldoende binding heeft met je merk, of hij er wel trots op is om jouw merk te gebruiken.
Een snelle blik in de diverse social networks zoals hyves en myspace en op user-generated-content-sites zoals youtube en flickr geeft in één oogopslag weer hoe het merk ervoor staat. Staan er veel commercials van je merk op youtube, dan heb je een goed bureau gehad. Staan er veel trotse gebruikers, dan is men redelijk blij met je merk, veel spoof, dan wordt je niet echt serieus genomen maar nog erger zijn natuurlijk clips, foto’s of zelfs hele sites waar je product, merk of bedrijf wordt afgekraakt. In dit laatste geval; ga dan eerst maar eens werken aan je overall imago en bedenk dan later nog maar eens of je inderdaad iets moet doen met ugc.
Je kan als merk natuurlijk vanaf de zijlijn toekijken, en afwachten wat er gemaakt wordt, maar je kan ook een platform bieden voor deze consument om zich te uiten. Dit is natuurlijk dé manier om de consument actief te betrekken bij jouw merk, maar dit vergt ook veel finesse. Mocht de consument namelijk op jouw platform dingen doen waar je het niet mee eens bent, dan is het heel erg lastig om dit te sturen. Het is namelijk ook deze consument die als eerste zal gaan roepen dat hij niet serieus genomen wordt of zich verkeerd behandeld voelt. Veel merken durven het dan ook niet aan om hun merk los te laten en de consument zijn gang te laten gaan, voor andere merken is de ugc een zegen.
Neem IKEA, dit merk staat er goed voor in de wereld van web 2.0. IKEA wordt 105.000 keer genoemd op myspace, er zijn 70 Hyves aan gewijd met 80.851 fans, er staan 2.770 filmpjes op youtube, en 70.711 foto’s op flickr, op een enkele uitzondering na, positief, veel commercials op youtube. En eigenlijk past het hele concept van user generated content perfect bij het merk dat de consument zijn eigen product laat bouwen (lego doet het nog beter). Dat de ontwikkeling van ugc niet langs IKEA is heengegaan bewijst de design your own life, keukenactie. Op designyourownlife.nl kan je laten zien hoe trots je bent op jouw eigen IKEA keuken. In de Verenigde Staten wordt de (kleine) ondernemer ingeschakeld om de trots op zijn winkel, kantoor of restaurant (ingericht met IKEA meubelen) online te delen.
Trots is ook het steekwoord van de Jeep collage op http://www.havefunoutthere.com die hier al eerder besproken werd. Trots is één van de belangrijkste (positieve) drijfveren voor ugc, is jouw gebruiker er trots op om jouw merk te gebruiken, vraag hem om dit te laten zien. Deze gebruiker zal zich betrokken voelen en de volgende gebruiker zal het van iemand horen die hij vertrouwt, een medegebruiker.